Ons huis op poten

Dinsdag 14 augustus 2018

Hoe is dat wonen op een huis op palen? Best gek. Als je binnen bent, merk je er niks van, maar zodra je buiten komt heb je een prachtig overzicht over de omgeving. De eerste nachten miste ik het geschommel van de boot, zo gek dat je daar aan gewend raakt.

Dagelijks dalen we af en stijgen we op via de ladder die vastgebonden zit bij het poortje. Ik probeer zo efficiënt in en uit te lopen, want dat vinden mijn knieën wel fijn. Met handen vol spullen dalen we af, om klusjes op de grond te doen.

Vrijdagavond was de onderkant voor driekwart geschuurd en kon aan de ene kant de primacon al op de kaalgemaakte bovenrand en de kale plekken gesmeerd worden.

Ik vind dat een leuk klusje en dat gaat ook best snel. Dat kon mooi op zaterdag, terwijl Jakob de anodes en de schroef afbikte.

Zaterdag avond was het weer “open mike” bij Refuge en we hadden afgesproken met Martin en Ellen en Agnes en Bas van de TiSento. Het werd zo gezellig dat Jakob en ik zelfs gingen swingen op Jailhouse Rock. We waren te voet naar het dorp gelopen en wilden met een taxi terug. Dat duurde even, maar we kwamen goed thuis voor 3 euro 50. We zagen dat het hek op slot was en dat er op de toegangsweg stenen gelegd waren. De bewaker liet ons er in. Heel veilig dus om hier op de kant te staan.

Zondag wilden we naar de kerk die het dichtste bij was. Die begon om 9 uur en bleek van de “Heiligen der Laatste Dagen” te zijn. Mmmm, wel even wennen. Al snel kreeg we een stukje brood en een glaasje water.

 

 

 

 

 

Er werd gezongen, maar niet van harte. Alles draaide om de getuigenissen van de “ministers”. Al gauw kwam er een mevrouw naast ons zitten, die de teksten ging vertalen. Het kwam er op neer dat je altijd klaar moet zijn om dood te gaan…. En er moeten zieltjes gewonnen worden. Ze waren erg aardig, maar toen we hoorden dat de dienst 3 uur zou duren, besloten we na een uur toch maar weg te gaan en te bedanken voor da gastvrijheid. Weer wat geleerd.

Van klussen kwam niks (dat mag hier ook niet op zondag) en het was een regenachtige winderige dag. Lekker binnen boekje lezen dus. Aan het eind van de middag klaarde het op en gingen we water tanken.

Jakob had een 20 liter jerrycan gekocht die we konden vullen uit een heel groot vat met regenwater. Omdat het geen doen is om zo’n jerrycan de steile trap op te sjouwen, maakten we een takel. Aan de kleine uitzetboom werd een takel vastgemaakt en de boom kon met de genakerval omhoog getakeld worden. Jammer dat ik geen foto maakte. Het ging echt goed. Jakob vulde de jerrycan, reed die in een kruiwagen naar de boot, maakte hem vast aan de takel. Ik haalde de 20 liter omhoog en leegde die in onze tank. We deden 200 liter en toen waren we het wel zat. Morgen nog zo’n actie en dan kunnen we weer weken voort.

We begonnen te kijken naar de serie “The Night Manager”, die we van Trees en Mike hadden geleend. Zo, dat is echt de moeite waard! Spannend! Het was ook een soort beloning na een dag hard werken.

Maandag werd het schuren afgerond en vandaag ging de eerste anti-fouling laag onder de boot. Het begint echt heel mooi te worden. Verder is het vetcoard in het “gland” vervangen (technisch he?) en is de bevestiging van de windvaan een stuk omhoog gezet.

Omdat de boot wat dieper is komen te liggen moest dat worden aangepast. Ook is het dekbeslag, wat door de lasser hier is gemaakt, aangebracht en het paste heel goed. Jakob is toch echt een kei met al die technische klusjes. Ik ben meer van het verven, naaien en schoonmaken.

Het dakje van het doghouse wordt weer heel mooi met nieuwe gele antislipverf en nieuwe prekote en witte verf op de andere plekken. We zijn lekker bezig.

Vanmorgen liep ik naar het dorp om geld te halen voor de lasser en wat boodschappen te doen. Ik beloonde mezelf met een cappuccino en een muffin bij Tropicana. Daar zat de Nieuw-Zeelandse Daina van de Marguerita. Lekker even kletsen dus. Met een taxi ging ik weer terug naar de boot. Wat hebben we toch een ander leven dan in Nederland. Je past je aan aan waar je bent en dat gaat eigenlijk heel makkelijk.

Morgen nog een dagje alles afmaken en dan kunnen we donderdag begin van de middag weer in het water en gaan we nog 2 nachtjes op ons oude plekje in de ankerbaai liggen. Daarna gaan we een aantal andere mooie ankerplekken van Vava’u bezoeken. Het is hier echt heel geweldig!

Dat komt ook door de temperatuur. Overdag niet te warm en ’s nachts een graad of 17. Heerlijk.

Jonas in Tonga op de kant

Zaterdag 11 augustus 2018

Gisteravond, na uren te proberen het blog te uploaden, ben ik gestopt. Op de boatyard is het internet heel zwak. Vandaar dat we vandaag, na een dag lekker gewerkt te hebben, naar het dorp gelopen  om bij Mango cafe te genieten van het gratis internet (of van het heerlijke koude biertje??). Nu moet het gaan lukken.

 

Vrijdag 10 augustus 2018

Vanmiddag rond een uur of 5 maakte ik een wandelingetje in de omgeving van de boatyard. Ik liet de omgeving wat op me inwerken. Hoe bijzonder is het toch. Jonas staat op de bok op een mooi grasveldje aan een soort fjord en ik loop door de landelijke straten en zie van alles. Een pompstation waar ze brood en melk verkopen (dat is nog niet zo bijzonder). Dan een autobanden bedrijf waar voor de deur iemands haar wordt geknipt en er zitten er nog 3 te wachten. Vervolgens lopen er wat varkens voor mijn voeten, die het erg naar hun zin hebben. En er rijden vrachtauto’s (bakkies) waar de passagiers in de laadbak staan of zitten.

   

Zo handig. Er kunnen er een heleboel in! De straat is een beetje met gaten, maar niet zo erg. Er ligt wat rommel in de berm, maar niet veel meer dan in Nederland.

Ik ben nog maar net op weg en dan stopt er een auto, die rijdt een stukje achteruit en vraagt of ik op weg ben naar de stad. Hij is bijna teleurgesteld als ik zeg dat ik alleen maar een stukje aan het wandelen ben. Hoe bijzonder is dit toch allemaal.

Ja, Jonas staat op de kant. Dat gaat ook best heel anders dan bij Jachthaven Waterland. Het duurt ook iets langer. We werden gister om 4 uur verwacht bij de slipway omdat het dan hoogwater was.

Van verre zagen we de bootliftkar aan de traktor al staan. Er dreven 2 mensen met snorkels in het water. Per marifoon werden we gevraagd om door te varen en op de tekens van de snorkelaars te letten. Ik stond met een voorlijn klaar, die aan de tractor werd bevestigd. En toen kwam het moeilijkste stukje.

We kregen 2 lijnen toegeworpen, die aan ankers op de bodem zaten. Daarmee trokken we Jonas in de juiste positie. Intussen gingen de onderwatermensen wel 20 keer onder water om daarna de bestuurder van de bootliftkar tekens te geven.

Soms voelden we wat schudden en dan zat het vast wel goed. Na een half uur was alles in orde en gingen we langzaam het water uit.

Aan het eind van de slipway werden we geparkeerd om afgespoten te worden. Er zat van alles aan de bodem, kokkels, groene slingers, slijmerige beestjes, brrrrr!

Maar met de hogedrukspuit ging het meeste eraf. Daarna werden we tussen wat boten geschoven en met veel zorg werden de steunen geplaatst. Wat een mooie belevenis. We hebben nu uitzicht op het fjord.

In de WC werd een emmer gezet en de afvoer van de gootsteen werd voorzien van een slang die leegloopt in een emmer op de grond. Zo kunnen we toch redelijk normaal aan boord leven. Op het terrein zijn 2 WCs en een douche. Het is hier kleinschalig en lijkt eigenlijk een beetje op een camping.

Vanmorgen kwamen de werkmannen. Er werd met enthousiasme aan de kokkels gebikt en daarna zoemde de schuurmachine de rest van de dag. De waterlijn wordt opgetrokken tot boven de blauwe streep, dus die moet er helemaal afgeschuurd worden. Wat een luxe om dat te laten doen. En wat zo grappig is, onze schuurder is vast familie van de man die we troffen bij het inklaren, want… hij vroeg ook om een touw voor zijn koe. Wat zou dat nou toch zijn?? We gaan het uitzoeken. Ook vragen ze zonder schaamte om wat te drinken en vertellen dat het de gewoonte is dat ze een tip krijgen. Die hoeven ze dan niet aan de belasting op te geven. Geweldig toch??

Wij hebben vandaag ook niet stil gezeten. Er zit een nieuw wieltje in het log, de ankerketting ligt op de grond en is klaar om geverfde merktekens te krijgen voor de lengte (handig als je weet dat je 40 meter ketting moet steken, waar dat ongeveer zit). Het dakje van het doghouse heeft nieuwe kit rondom de zonnepanelen en wordt morgen geverfd. Alle prut die door het afspuiten aan dek is gekomen is verwijderd en zo zijn er nog veel meer kleine dingen. Jakob is bij de lasser geweest voor het dekbeslag (want “Trouble in Paradise” had er een rommeltje van gemaakt).

 

Morgen is het zaterdag en wordt er niet gewerkt. Dan gaan wij zelf verder aan de slag. Want hoe eerder alles klaar is, hoe sneller we weer te water kunnen.

We verkennen Vava’u

Maandag 6 augustus 2018

Als we op een nieuwe plek aangekomen zijn, zijn er altijd wat vaste activiteiten. We gaan op zoek naar een plek om kleren te wassen, we zoeken een verkooppunt voor internet kaartjes, we drinken koffie en doen boodschappen.

En dan pas gaan we echt dingen bekijken. Alle eerste acties waren succesvol, dus zaterdag gingen we op zoek naar de top van de berg, Mt Talau. Het was lekker weer en we hadden echt zin om weer eens een stuk te lopen.  Al snel werden we ingehaald door een auto met de mevrouw van de Tropicana bar, die vroeg waar we naar toe gingen (sociale controle of een lift?). Ze gaf ons wat tips om naar de berg te lopen en dat was handig. 

De straten aan de buitenkant van Neiafu werden wat eenvoudiger en de huizen ook. Overal liepen varkens rond.

Het was typisch wasdag, want bij ieder huis was wel een gevulde waslijn. Na een poosje zagen we het bord met de legende van Mt. Talau.

Erg leuk om te lezen. De woorden in het gat verzonnen we er zelf bij. 

We kwamen bij een hoge trap met heel veel treden en waren daarmee gelijk op de top van de berg (slechts 131 m). Het uitzicht was prachtig.       

We kwamen in gesprek met een meisje uit Hongarije, die aan het backpacken was en onderweg werkte voor onderdak en eten en zo op allerlei leuke plekken kwam. Pittig!

Terug in Neiafu deden we nog een rondje dorp, kochten vlees bij de deli, groente op de markt en dronken alweer koffie bij de Tropicana bar.

Terug aan boord, werd er flink gekookt en geweckt en er staan weer 5 potjes vlees en 3 potten soep te wachten op toekomstige consumptie. ’

s Avonds was er “open mike” bij de Refugié bar, waar Martin van de Acapella en Reinhardt en Karen van de Findus, muziek gingen maken. Het was lekker druk en erg leuk. Heerlijke sfeer weer na alle eenzaamheid van de atollen!

     

En toen was het alweer zondag en zouden we een dag op stap gaan naar de botanische tuin, waar we zouden lunchen en vooraf daar naar de kerk gaan. Maar toen we om 9 uur bij de ‘small boat marina” op de taxi stonden te wachten, kwam er niemand. En.. op zondag wordt er niet gewerkt, dat staat zo in de wet. Het enige dat je mag doen is naar de kerk gaan, maar dan houdt het op. Wat nu?

Er was een afhaal chinees tegenover onze wachtplek. Daar werd slurpend ontbeten door en groep Chinezen. Het bellen van een taxi daar liep op niks uit, want iedereen ging naar de kerk.

Er is hier op het eiland een radionet op kanaal 26, dus Jakob (decent gekleed in een rok) ging terug naar de boot om de handmarifoon te halen. En bij het oproepen van de botanische tuin, kregen we contact. We werden geadviseerd om in Neiafu naar de kerk te gaan, dan zouden we om 11.30 worden opgehaald voor de invulling van de rest van de dag. En het kwam helemaal goed.

We bezochten de kerk, waar weer heel fraai gezongen werd. Toch echt anders dan in Polynesië en ook veel langer. 

           

De kerk zat propvol. En we konden veel variaties zien van zondagse kleren. De mat om het middel is vergelijkbaar met een stropdas en staat voor “respect”.

Het busje om ons op te halen kwam op tijd naar de afgesproken plek. Na een half uurtje kwamen we bij de botanische  tuin, die ligt aan een baai met een strand en een zwemplek, die de “pool” genoemd wordt. Heel mooi en aantrekkelijk, maar we vonden het te koud om te zwemmen. Er stond een stevige wind en het was maar 24 graden……

Na koffie op het gras gedronken te hebben (Ellen had dat geregeld), namen we plaats aan mooi gedekte tafels. De eigenaar vertelde het verhaal over het ontstaan van de tuin en daarna (na een gebed..) ging het buffet open met allerlei heerlijke Tonga gerechten. Tot slot nog een stukje kokoscake met bananensaus en we waren meer dan verzadigd.

Tegen 4 uur werden we weer teruggebracht naar de dinghy steiger. Veel hebben we ’s avonds niet meer gegeten. We keken nog een filmpje en bereidden ons voor op de “haulout” op maandagmiddag.

Vanmorgen (maandag) luisterden we naar het netje en hoorden dat de baas van de boatyard ons wilde spreken na afloop. Ohoh, dat betekende vast niet veel goeds. En inderdaad, hij meldde dat de wind verkeerd stond voor het takelen van een zwaar schip en dat de ‘haulout’ werd uitgesteld tot donderdag, wanneer het weer beter werd. Dat viel best tegen.

Maar goed, we hebben tijd, dus we zijn vast gestart met wat klusjes. Jakob heeft nieuwe banden en spaken op onze fietsjes gezet en ik heb wat naaiwerk gedaan (o.a. de vlag, die weer een stukje kleiner is) en heb geprobeerd om de ‘cyclone pit” op Fiji te betalen. Dat neemt wat tijd, maar het ziet er naar uit dat het gelukt is. We kunnen dan Jonas laten ingraven in een gat van november tot en met april. We doen dat waarschijnlijk wat korter, maar de pit is dan van ons.

Vanmiddag in het stadje kwamen we weer zoveel bekenden tegen. Het is toch echt een volkje op zich, die zeilers. Je bent dus nooit om een praatje verlegen.

Tonga, een koninkrijk met verrassingen

Donderdag 2 augustus 2018

Na bijna 7 dagen varen, kwam maandagavond Tonga in zicht. En om precies te zijn, de Vava’u group, in het noorden van het langgerekte Tonga. De laatste dag hadden we nog steeds een stevige wind, die er voor zorgde dat we net voor of net na het invallen van het donker zouden aankomen. We hadden contact met Acapella, die ’s morgens al gearriveerd was. Ze zouden ons opvangen en aan een mooring leggen.

Rond half 6 kwamen we bij de ingang van de eilandengroep aan en het leek erop of we nog 2 uur nodig hadden, wat precies genoeg zou zijn. Naast ons verscheen de eerste walvis om ons te begroeten en de zon scheen weliswaar laag, maar prachtig over het water. Wat een welkom.

 Maar na een half uurtje kwam de wind uit de verkeerde hoek en moest het zeil omlaag. Op de motor gaan we langzamer, dus half 8 gingen we niet halen. Het kanaal richting Neiafu was prachtig en had iets weg van de Noorse fjorden. En toen ineens was het pikkedonker. De maan was nog niet op en in de verte zagen we 2 verlichte boeien waar we tussendoor moesten. Op zicht ging dat echt niet, maar met behulp van de elektronische kaart liep dat allemaal goed af.

Toen kwamen we in een heel donker gat, waar ergens de Acapella moest liggen. Via de marifoon hielden we contact en het lichtje vanuit hun dinghy werd zichtbaar. Ze lagen bij de boei, maar voor Jakob was dat niet te zien, dus via de marifoon kwamen de instructies. Beetje bakboord, nog 10 meter, ja nu stoppen. Ik stond klaar met de lijnen en toen was het snel voor elkaar. Hèhè, dat was spannend. We konden niet zien waar we waren, maar wisten dat we stevig aan de mooring vast lagen.

Tijd voor een aankomstbiertje! Na bijna 7 dagen varen en 740 mijl, was dat wel verdiend. Met een lekker toastje met zalmsalade en een stukje salami smaakte dat geweldig. Het was te donker om de boot op te ruimen, dus we vielen al snel voldaan in bed.

De volgende dag was het ineens woensdag. We waren de datumgrens gepasseerd, maar hadden daar nog niks mee gedaan. Nu moest echt de klok een uur achteruit en de kalenderdatum een dag vooruit.

We moesten nog inklaren en daarvoor moesten we aan de hoofdkade gaan liggen.

We verlieten de mooring en met behulp van wat vissers lukte het om aan hogerwal langs de kade af te meren. De Health Officer kwam aan boord en het eerste formulier moest worden ingevuld. Ze checkte de WC (??) en we moesten 100 TOP betalen, waar ze iets nuttigs mee gaan doen. De douane en immigratie zaten in een soort loods recht tegenover ons schip. Er moesten weer eindeloos veel papieren worden ingevuld, maar tenslotte kregen we stempels in ons paspoort en konden we naar Biosecurity. weer van alles invullen en 20 TOP betalen.

Zo, dat was klaar. Intussen had ik geld uit de ATM gehaald om de betalingen te doen. Volgende doel was een kaartje voor het internet. Dat ging vrij makkelijk en we konden weer communiceren met de buitenwereld na een week of 4. De groete zak met was brachten we naar de Tropicana bar, waar voor 12,5 dollar 9 kg gewassen, gedroogd en opgevouwen werd. Niet verkeerd.

Intussen was er een man op de kade gekomen, die ons brood gaf en vroeg om een stuk touw voor zijn koe??!!. Ik deed de bakskist open en hij zag onze rode genakerschoot liggen. Dat leek hem wel wat. Nou, ons natuurlijk niet. We hadden nog een weinig gebruikte lijn en die gaven we. Dat vond hij ook wel goed. En toen kwamen we niet meer van die man af. Hij wilde de was doen, voor ons koken, ons fruit geven, enz. Dat vonden we niet leuk meer, dus dat was het einde van de vriendschap. Het brood was overigens heel lekker. Later zagen we waar hij dat kocht…….

We gingen terug naar onze mooring en ruimden het een en ander op. Het was al snel tijd voor een drankje en een hamburger aan de wal, dus met Acapella genoten we van het feit dat we niet hoefden te koken. Heerlijk na al dat gewiebel.

Intussen hebben we al aardig onze draai gevonden hier. Neiafu is een klein stadje waar van alles te koop is en waar de mensen heel aardig zijn.

Het is een beetje rommelig met slechte straten, maar dat hoort er bij. We kwamen terecht in een koffieshop annex T-shirt winkel. De eigenaresse was 16 jaar geleden als zeilster hier aangekomen en niet meer weggegaan. Ze had de T-shirt business opgezet en zou de volgende dag haar verjaardag vieren. Of we weer kwamen voor champagne en taart. Nou, dat wilden wij natuurlijk heel graag.

Dus gister, nadat we naar de lasser (voor het dekbeslag) en de botenwerf waren geweest, gingen we haar feliciteren. Zo leuk! En wat een geweldige shop.

We waren naar de botenwerf gegaan om te kijken of we daar de boot op de kant zouden willen zetten om het onderwaterschip een beurt te geven.

Er kwam een bakkie met open laadvloer langs, waar we mee mee konden rijden. Jakob moest dan wel op de open laadvloer zitten. Nou ja, je bent jong, dus waarom niet.

Na 10 minuten kwamen we bij de werf. Wat een verrassing. Een grasveld met boten, een kantoortje, een werkschuur en een weg naar het water, vanwaar uit je boot naar boven wordt gereden.

      

Ik was helemaal enthousiast. Toen we de kosten gingen bespreken, rekende de baas (Zuid-Afrikaan, die hier was blijven hangen) er ook het schuren en verven bij. En wat een mooie prijs kwam daar uit. We zeiden gelijk, dat doen we. Dus maandagmiddag bij hoog water varen we naar de werf en gaat Jonas de wal op. Dat gaat een week duren als het meezit en daarna kunnen we naar alle mooie ankerplekken hier.

Het gaat weer lekker op weg naar Tonga

Het gaat weer lekker op weg naar Tonga

Zaterdag 28 juli 2018, 12 uur ’s middags, dag 6

Door al dat gemotor waren we aardig knorrig geworden. Het hoort erbij, maar erg vrolijk wordt je er niet van. Gister was nog echt een off-day. Het brood was niet lekker, de pizza was mislukt en er was geen wind maar wel golven. Tijd voor iets anders dus!

We gingen na weken weer eens een filmpje kijken om de saaiheid te doorbreken. Keeping up appearances met Mrs Bucket. Lekker oubollig, dus lekker lachen. En dat hielp. Er kwam wind, de zeilen konden weer omhoog en dat is nu nog steeds zo. Voor dat de wind kwam, was er wel een enorme bui, maar daar had ik geen last van want ik lag lekker in mn bedje. We vierden de wind met een bescheiden biertje en toastjes met zalmsalade. Daarna een heerlijke courgettesoep en de goeie stemming zat er weer in.

De wind stond de hele nacht lekker door, dus soms gingen we wel 7 knopen. Het begint nu op te schieten. Komen we zondagavond aan of maandagmorgen? Dat wordt nog even rekenen. Het schijnt dat je Neiafu op Tonga prima in het donker kan aanvaren. Bovendien is het volle maan en die geeft echt heel veel licht. Onze lekkere maaltijden beginnen een beetje op te raken, dus het wordt tijd dat we er zijn.

Zodra we zijn aangekomen gaan we de nieuwe tijd hanteren, UTC plus 13. Dat betekent dat we onderweg een dag hebben overgeslagen, omdat we de datumgrens zijn gepasseerd. Bijzonder!

Positie 17 14 S, 171 17 W. Afgelegde afstand 554 mijl. Nog te gaan 180 mijl.

Foto’s van Suwarrow

Dinsdag 30 juli 2018

Allereerst bedankt voor alle reacties op het blog, die we vandaag pas voor het eerst konden lezen. Hartverwarmend. En wat leuk dat jullie opzoeken op internet waar wij zijn. Geweldig. Dan varen jullie een beetje mee!

Zoals beloofd stuur ik nu de foto’s van Suwarrow. We zijn intussen aangekomen op Tonga en hebben weer internet. Over Tonga meer in het volgende blog.

Vertrek uit Maupiti

Jakob checked onderweg de lijnen bij de mast

De oceaan is kalm en we varen lekker

Dan draait de wind 180 graden en wij krijgen 2x een stortbui

Best heftig

Jakob checkt zijn vislijn. Let op de broek…..

Zonsondergang op de Pacific

En dan zijn we op Suwarrow, moe maar tevreden

Dat vieren we met ananas champagne van Moorea en eiersalade op toast

De glazen van Nicoline en Arjen komen regelmatig uit de kast

En dan gaan we het eiland verkennen

En zo liggen we daar voor anker

 

Het huis van de rangers met de bibliotheek

 

 

Een gedenkteken voor de man die hier de eenzaamheid zocht

Geert krijgt voor zijn verjaardag een “soft shake”, die Jakob voor het heeft gemaakt

Deze heremietkreeften zijn er in honderdtallen

Na het feestje van Geert, gaan we weer terug naar onze boten

   

Het gebroken dekbeslag en de oplossing                        

We krijgen les in broodbakken van ranger Harry 

Harry haalt de broden uit de oven

En ’s avonds testen we de verschillende broden

En zien de zon mooi ondergaan

Harry laat de 23 jarige cocoscrab zien die daar rondscharrelt

Op weg naar het rif

Wandelen op het koraal met op de achtergrond onze schepen

En wat een prachtig koraal

Een bijzondere schelp

Het einde van de wandeling

Hier was de boom nog heel. Even later lagen we met onze benen in de lucht….

Na 10 dagen klaren we uit en krijgen een prachtig stempel in ons paspoort

We nemen afscheid van de andere schepen aan boord van de Bella Ciao

 

 

 

Halverwege Suwarrow en Tonga

Halverwege tussen Suwarrow en Tonga

Vrijdag 27 juli 2018

We hebben deze tocht al meer gemotord dan op welke andere ook. De wind speelt een spelletje met ons. Als het een dag waait, komt hij eerst uit de goeie hoek, maar draait daarna de verkeerde richting uit en verdwijnt. Als je het patroon ziet dat we varen, zitten er allemaal rare bochten in. Daarom lijkt het ook alsof het niet opschiet.

Maar goed, we zijn nu over de helft en dat is goed. Er gebeurt eigenlijk niet veel. We hijsen de zeilen, en doen ze weer naar beneden al naar gelang de wind met ons speelt. We lezen veel en draaien onze wachten. De boot doet het goed en ook de stag met de reparatie lijkt zich goed te houden.

Positie 16 11 S, 168 28 W. Afgelegde afstand 375 mijl. Nog te gaan 355 mijl.

Op weg naar Tonga

Op weg naar Tonga

Woensdag 25 juli 2018

Na het geslaagde broodfeestje op het strand van Surrarow, werd het tijd om afscheid te gaan nemen en weer verder te trekken. Zondagmiddag klaarden we uit bij de rangers. Ze hielden een soort ‘open office’, want er gingen 5 schepen weg op maandag en alle papieren moesten een dag van te voren worden klaargemaakt. Het afscheid van de rangers was roerend, want op zo’n bijzondere plek met deze bijzondere mensen komen we vast niet meer. Zowel Harry als John hadden tijdens het broodfeest hun traditionele groet laten zien. En dat gaf aan dat ze onze groep zeilers ook bijzonder vonden.

Om 10 uur op maandag gingen we anker op. De Zensation was vertrokken naar Palmerston en de Bella Ciao naar Samoa. Acapella zou een dag later ons achterop varen naar Tonga. We kwamen goed de pas uit en zetten onze koers. Er stond een mooie wind van ruim 15 knopen en we hadden een heerlijke eerste zeildag. We hadden er zin in. Op 1 augustus is het Koningsdag in Tonga en dat willen we graag meemaken.

Vanmorgen begon de wind af te nemen en de snelheid dus ook. We hebben de hele dag wat met de zeilen zitten proberen om er toch nog wat snelheid uit te halen, maar ja, wind kan je niet maken! We dobberen nu met een knoopje of 2 de goeie kant uit. De zeilen klapperen regelmatig en daar word je niet zo vrolijk van. Maar goed, als je daar niet tegen kunt moet je thuis blijven. Waarschijnlijk hebben we nog zo’n sudderdag vandaag en komt donderdag de wind weer terug. We gaan het zien.

Ik ga deze keer niet elke dag verslag doen, want dat wordt vast erg saai. Mocht er iets geks of leuks gebeuren dan meld ik dat weer.

Positie 14 44 S, 165 21 W. Afgelegde afstand 169 mijl. Nog te gaan 564 mijl.

Suwarrow 3

Suwarrow 3

Zaterdag 21 juli 2018

Langzamerhand begint iedereen weer eens naar weerberichten te kijken, want het wordt tijd om verder te gaan. Het ziet er naar uit dat Acapella net als wij naar Tonga gaan, maar Zensation wil naar Palmerston en Bella Ciao naar Samoa. Niemand heeft haast. Het is gezellig hier.

Gistermorgen gingen we onder leiding van Bruce van de Marguerita een rifwandeling maken. Dat is een soort wadlopen, maar dan in warm water. We vertrokken met z’n tienen om 10 uur. Het eerste stuk was een beetje lastig over soms gladde stenen, maar bij het rif gekomen werd het prachtig. Een veelheid aan kleuren van groeiend koraal. Soms schoten er gekleurde vissen door de geultjes. Op de achtergrond sloegen de golven van de oceaan op het buitenrif. Wat een entourage, dat bedenk je niet. De verwachting was dat het afnemend water was, maar dat klopte niet. De golven kwamen over het rif, dus we keerden om, zodat we geen gevaar liepen.

Intussen waren er nog 2 schepen aangekomen, met wie we nog geen kennis hadden gemaakt. Dus tijd voor een gezamenlijke sundowner op het strand. De Mango bleek een Duits gezin te herbergen, met 2 kinderen van 5 en 8. Zo leuk om die lekker op het strand te zien spelen. Het ander schip, een grote 2-master werd bemand door een Zwitserse vrouw, die kraanmachinist bleek te zijn en een Oostenrijkse man, die 3 jaar had gewerkt aan het schip om het vaarklaar te maken. Boeiend allemaal.

Het bleek dat een van de rangers, Harry, bakker was geweest, dus we vroegen of hij een lesje broodbakken wilde geven. Dat was prima. Vanmorgen om 10 uur waren we present met 7 dames en een heer. Harry was vroeg (4 uur) opgestaan om alles voor te bereiden. Na het maken van het eerste deeg, toverde hij een schaal tevoorschijn waar de eerste rijzing al van klaar was. Het geheim zit hem in de tijd voor het rijzen. Dat kan niet lang genoeg zijn! Tenslotte werd de oven aangestoken. Een oliedrum, waarin een houtvuurtje werd gemaakt en daarna afgedekt werd met lavastenen. Tenslotte gingen de broodvormen daarin en hij zou ons roepen via de marifoon als het brood klaar was. En wat een mooie broden kwamen er tevoorschijn! Echt geweldig.

Aan het eind van de middag gaan we een broodproef competitie doen. Harry’s brood versus het brood van Cindy, mijn machinebrood en broden van Acapella en Bella Ciao. Mango en Tortuga zorgen voor iets lekkers op het brood. Zo zie je maar dat je met weinig middelen toch lang en leuk bezig kan zijn.

Als het weer mee zit vertrekken we dinsdag richting Tonga, waar ook weer van alles te beleven valt. Oja, en morgenochtend nog een keer naar het rif, ruim voor dat het water weer gaat stijgen.

Suwarrow 2

Suwarrow 2

Woensdag, 18 juli 2018

En daar kwamen ze, maandagmorgen rond 11 uur. De Bella Ciao voorop en daarachter de Acapella en de Zensation. Ze hadden 3 dagen met elkaar opgevaren om hier tegelijk aan te komen. Er was plek zat op de ankerplek. Leuk om elkaar weer te zien.

Geert van de Zensation was jarig, dus we hadden een stiekem verjaarsfeestje georganiseerd op de wal. Maar voor het zover was, gingen Jakob en ik op zoek naar de Mantarays. We gingen met de dinghy naar de ondiepe plek een stukje verderop en lieten het ankertje vallen. Jakob had geen zin om het water in te gaan, dus ging ik alleen overboord. Het duurde een poosje, maar ik vond er twee. Wat een schoonheid. Ze zwemmen zo sierlijk. Ik maakte wat foto’s van de Manta’s en ging terug in de dinghy. En toen wilde het kleine ankertje niet meer los komen van de bodem. Dat zat onder een steen heel erg vast. Gelukkig waren de jongelui van een ander boot ook aan het snorkelen. Hij was een goeie duiker, dus hij daalde langs de lijn af om het ankertje los te wrikken. Wat een geluk. Anders had ik dat toch echt zelf moeten doen.

Om 4 uur verzamelden we aan de wal voor het feestje. De kiwi’s brachten gemberkoek mee, wij hadden nog 2 flessen bubbels en Cindy had een appeltaart gebakken. Daarbij nog de toastjes van Ellen met tonijnsalade. En het feest was compleet. We hadden slingers en ballonnen opgehangen. En het was zo gaaf om naar Geert te kijken. Die zei niks en zat alleen maar te stralen. Zo mooi om hier op deze plek op deze manier 49 te worden.

Wat ik bewust nog niet verteld heb, is dat we bij aankomst hier een probleem met onze verstaging ontdekten. De achterstag van het hoofdwant zat los. De dek vestiging bleek doorgeroest te zijn. Wat een geluk hebben we gehad, dat we veilig hier konden komen, zonder de mast te verliezen. En wat geweldig is het dan, dat Frits van de Bella Ciao botenbouwer is en precies op tijd ons pad kruist! Daar moest een goede oplossing uitkomen.

Het eerste plan was om de RvS voet te lassen. Frits had die spullen gewoon bij zich. Maar toen bleek onze generator niet genoeg ampère te kunnen leveren. Geert kwam vertellen dat hij een stuk draadstaal bij zich had van een redelijke dikte, dus daar werd een stuk afgehaald, gebogen in de juiste vorm en bevestigd op en door het dek, in plaats van de gesneuvelde bevestiging. Dit is een noodoplossing maar daar mee redden we het wel tot Tonga. Wat een geluk toch weer. En dat alles in deze oase in de Pacific.

Gisteravond genoten we van een ‘potluck’ op het strand. Iedereen maakte wat eten en dat aten we met zn allen op. Er was pizza, een bonen schotel, een rijstsalade een pastasalade en 2 soorten versgebakken brood met smeerseltjes. Hoe heerlijk was dat. En daarbij kwamen er gegrilde stukjes mahimahi en tonijn langs om er een echt feestmaal van te maken. John, een van de rangers, kwam er bij en sprak een gebed uit waarin hij de zegen over het eten vroeg en aangaf dat we hier van ‘all over the world’ samen waren. Hoe bijzonder! Kiwi’s, Canadezen, een Tunesische, een Tsjech, Belgen, Hollanders en een Cook Islander. Het werd een hele gezellige avond, maar dat kan ook niet anders.

Vandaag deed ieder zijn eigen ding en dat is goed. Wij wilden het eiland aan de andere kant gaan bekijken, maar vanwege hoog water kwamen we niet zo ver. We ontdekten wel dat hier een heuse boekenruil tafel is en een gedenksteen voor Tom Neil, die hier lang in zijn eentje heeft gewoond. Ook zagen we gedenktekens aan het Russische schip dat hier ooit gestrand is en waar de atol zijn naam aan te danken heeft.

We blijven hier nog een paar dagen genieten van de natuur en de gezelligheid, voordat iedereen weer zijn eigen weg gaat volgen.