Genieten van wat de dag ons brengt

Dinsdag 25 februari 2020

Het is bijna zover. Vanmiddag gaan we naar een hotel bij het vliegveld, om morgen op tijd te kunnen vertrekken naar Alice Springs in het hart van Australië. We zijn er klaar voor. Het is er overdag rond de 35 graden en ’s nachts iets kouder. Dat kunnen we wel aan. Het is natuurlijk heel wat anders dan zeilen op de oceaan, maar als je in Australië bent en je hebt de kans, dan mag een bezoek aan Ayers Rock niet ontbreken.

De afgelopen dagen was het weer hier in Pittwater echt lekker. Zonnetje, niet te veel wind, een temperatuur van ongeveer 28 graden en onze klussenlijst was bijna leeg.

 

 

Vrijdag maakte ik de gordijntjes af, Jakob zette het achterraam er in en we ruimden de rommel op. Aan het eind van de middag troffen we de crews van Mezzaluna en EnaVigo bij Churchpoint, waar we op die leuke bankjes “happy hour” hielden. Heerlijk weer en zo gezellig. Ik kreeg van Katie een zelfgemaakte tas van zeildoek. In de Hollandse kleuren. En moest er even mee showen!

We waren nog niet terug op de boot, of het begon toch te regenen en het hield nooit meer op. Tijd om binnen dingen te doen, zoals het maken van het fotoalbum van Australië. Ik moest er nog helemaal mee beginnen, terwijl we al 4 maanden hier zijn. En wat hebben we al veel meegemaakt!

Zaterdag rond 2 uur werd het droog. Jakob was de hele ochtend met zijn Arduino bezig geweest en was iets moois aan het uitvinden. De zon kwam door en we wilden de benen wel even strekken. Met de dinghy voeren we naar Churchpoint en wandelden langs de waterkant richting Mona Vale. Een mooie wandeling, waarbij we behalve natuur ook heel veel ongelofelijk grote en mooie huizen zagen.

 

 

  

Hier wonen echt hele rijke mensen. En wat een tegenstelling dan met de eenvoudige leefstijl bij ons in de buurt, waar ik het in mijn vorige blog over had.

Voor zondag hadden we gratis kaartjes besteld om aanwezig te zijn bij “Behind the Scenes” in het Opera House in Sydney. We wisten niet goed wat we er van konden verwachten, maar in ieder geval zouden we wat meer zien van het gebouw van binnen. Intussen hadden we contact met Connor van Crazy Love gehad en we zouden voor die tijd koffie drinken in de buurt van het Opera House. De crew van Mezzaluna kwam ook.

Het is heel leuk om te horen wat iedereen gaat doen en hoe verschillend dat is. Mezzaluna gaat naar Indonesië, Connor gaat als crew op een 55-voeter van Mexico naar de Marquesas en wij gaan naar de Med. We lieten nog een leuke foto maken als herinnering, nu onze wegen zo uiteen gaan lopen. Cruisen is veel mensen ontmoeten, maar ook vaak afscheid nemen. Maar.. zeggen we dan, je weet maar nooit waar je elkaar weer tegen gaat komen.

En toen naar binnen het Opera House in. Na een security check van de tassen mochten we naar binnen. Er was een gedeelte waar je zelf van alles mocht doen en een deel in het Joan Sutherland Theater. Het begon met het passen van hoeden en kleding van beroemde Opera’s. Nou, dat was echt leuk.

 

 

Ze hadden de spiegels zodanig opgesteld dat je mooie foto’s kon maken. In de foyer was een plek waar je kon zien hoe een speler werd gegrimeerd. Nou, dat is een werk. Ongelofelijk. En er werd een actrice helemaal aangekleed met een bijzondere outfit voor een opera, waarvan ik de naam weer vergeten ben. Prachtig!

En toen was er de sessie in het theater. Het toneel was opgesteld voor de opera Carmen die de volgende dag werd opgevoerd en we kregen uitleg van de regisseur, de dirigent, een acteur en een muzikante over alle mensen die er nodig zijn om zo’n opera goed te laten verlopen. Dat zijn er 200! We mochten vragen stellen en tot slot zongen we Toreador met begeleiding op de piano. Hilarisch! Maar wat geweldig om zo een blik achter de schermen te krijgen. We genoten er van.

Na samen een hamburger gedeeld te hebben, liepen we naar het Gouvernor’s huis in de Botanische Tuin. Tijdens de kerstvakantie was het gesloten, maar nu konden we erin. De rondleiding was gratis. We hadden echt een goedkope zondag, want ook met de bus heen en weer was maar 4 euro.

In het Governor’s house mochten geen foto’s gemaakt worden, want de familie (zij is de gouverneur!) woont op de eerste verdieping en ze hebben toch graag wat privacy. Het huis is een kopie van Windsor Castle. Leuk om te weten. De mevrouw die de rondleiding deed was zo enthousiast. Dat maakt het extra de moeite waard.

Toen we in de muziekkamer kwamen, stond daar een enorme vleugel.

Ze vroeg of iemand wat kon spelen. Niet dus. En Jakob zegt altijd dat hij organist is en daarom geen piano kan spelen. Maar, we konden hem toch overhalen en hij speelde een korte improvisatie. Het klonk prachtig. Jammer genoeg geen foto…

Via de Woolworth (grote supermarkt), waar we nog drinkflessen kochten voor onze woestijntocht, reden we weer met de bus naar huis. Wat een mooie dag hadden we gehad.

Gister en vandaag maken we de boot klaar voor onze afwezigheid (de was doen, soppen, verfspetters weghalen, bakskisten op slot doen, afsluiters dicht, dinghy op het dek, enz.) en straks gaan we alweer het onbekende tegemoet. Het blijft toch een aaneenschakeling van hoogtepunten!

 

Een ander manier van leven….

Donderdag 20 februari 2020

Kijk, zeg ik tegen Jakob, ze gaan een boot op de helling zetten. Er was net een klein motorbootje langs gevaren, dat aan een dunne lijn een zeilboot voort trok. Het zag er naar uit dat die boot op de helling moest komen. En ja hoor, er werden wat planken aan de zijkanten vastgezet en daar ging ie. Gewoon met een katrol. Rustig ging het schip omhoog, tot het uit het water was. Zo ging dat vroeger ook en dat is hier nog steeds zo.

De sfeer hier in Pittwater is ook nog net als ten tijde van de pioniers. Wij zijn veel aan boord omdat we aan het klussen zijn en dan maak je dat allemaal mee. De pont komt 4 keer per uur langs en maakt zijn rondje langs alle haltes (en tussen de moorings door..) waar mensen de vlag uit steken ten teken dat ze mee willen. Boodschappen worden in de stad gekocht voor minstens een week en met de pont vervoerd naar hun huisje aan de wal.

Bij Churchpoint, waar het postkantoor is en een restaurantje annex winkel staan ook picknick tafels. Daar zitten altijd mensen die waarschijnlijk hun post uit de postbus hebben gehaald en nog even koffie drinken. Toen wij zondagmiddag uit Sydney terugkwamen zaten de mensen aan het bier of wijn en luisterden naar de band die in het restaurant speelde. Zo gezellig!

Kortom, het is hier een relaxte boel, waarin we helemaal tot rust zouden kunnen komen. Ware het niet, dat we een klussenlijst hebben…..
Na zondag lekker in Sydney te hebben rondgezworven, moesten we maandag toch echt aan de slag.  Jakob begon een gat te zagen voor het raampje in de achter kajuit en ik leefde me uit met de schuurmachine op de opbouw, waar de verf afgebladderd was. Intussen werd de buitenboordmotor opgehaald en naar de Yamaha dealer gebracht.

Dinsdag en woensdag werd er geverfd, kreeg het motor ruim een grote beurt en werd de buitenboordmotor terug gebracht. Gelukkig doet ie het weer. Je kan echt niet zonder. Toen we maandag verf en schroeven gingen kopen bij de yachtclub, kregen we de dinghy van Mezzaluna te leen. Dat was echt super.

Vandaag ging de laatste laklaag op het dak en ruimden we de boot wat op. De nieuwe gordijntjes voor de achter kajuit beginnen ook al wat te worden. We zijn dus goed bezig.

En maken we nog iets spannends mee? Nou, eigenlijk wel. Ik had ruim een week geleden tickets geboekt naar Alice Springs (in verband met onze tocht naar Ayers Rock). Het geld was afgeschreven, maar ik kreeg nooit een bevestiging en E-tickets.

Dat realiseerde ik me dinsdag pas. En om dan met iemand van de luchtvaartmaatschappij in contact te komen is een uitdaging. Na een paar uur had ik eindelijk contact via de “live app”. Na veel heen en weer gedoe hadden ze de boeking gevonden en nog een keer gemaild. Maar er kwam niks. Na 2 dagen appen kreeg ik behalve de tickets voor iemand anders (privacy schending??) een bookingscode waarmee ik de boeking via internet kon traceren. Pfff! Het ging om een serieus bedrag en dan is het toch wel spannend of dat goed afloopt.

Verder was hier in de nacht van dinsdag op woensdag een ongelofelijk zwaar onweer. Het flitste aan een stuk door en de donder was hevig. Harde windstoten legden de boot bijna op zijn kant en het regende verschrikkelijk. In Sydney was de bliksem ingeslagen bij een jachthaven. Alle boten aan de walstroom hadden schade. Wij kwamen met de schrik vrij.

Maar nu schijnt de zon, het waait nog wel hard, maar het is heel aangenaam. De verf kan lekker drogen en wij doen wat voor ons zelf (Jakob speelt met zijn Arduino en ik lees een boek), dat hebben we wel verdiend.

O ja, nog een leuk weetje over het wapen van Australië. Er staan een Emoe en een Kangaroe op. Dat zijn alle twee beesten die niet achteruit kunnen lopen. En dat is dus het motto van Australië!

.

En hier nog wat foto’s van Sydney:

Het oudste pissoir van Australië.

De “Ken Done Art Gallery”. Beetje simpele kunst…

Een andere soort kunst!

Wandelen onder de brug door.

Engelse bouwstijl in de Rocks.

Met de ferry onder de brug door.

Het strand van Manly Beach.

Left-overs van de storm op Manly Beach.

 

Weer thuis op Jonas

Zaterdag 15 februari 2020

Na een hele gezellige tijd met vrienden en familie in Nederland, zijn we weer op Jonas! Die had onze afwezigheid goed doorstaan.

Vanwege de vele regen, was het dek brandschoon, dus daar hoefde niks mee te gebeuren. Binnen rook het muf, dat vind ik altijd heel akelig, terwijl Jakob daar geen last van heeft. We zetten snel alle luiken open en lieten de wind door Jonas heen waaien.

We pakten onze tassen uit en probeerden zo lang mogelijk wakker te blijven.

Dat viel niet mee, want na de eerste 15 uur in de KLM business class verwend te worden met lekker eten en een bed, was het wel heel erg omschakelen bij Garuda Indonesia. Niet echt een aanrader. We hadden gehoopt op een satehtje, maar kregen een broodje gevuld met een beetje koude rijst. Brrr! Slapen lukte ook niet.

Dat zo’n reis lang duurt, is toch wel ergens goed voor. Het geeft je de tijd om heel langzaam het Hollandse jasje uit te doen en de cruisers’ short aan te trekken. Dat proces zit voornamelijk in je hoofd, maar vindt in het echt natuurlijk ook plaats. Van “met een trui aan bij de kachel” naar “in je onderbroek in de kuip”.

Vanmorgen waren we vroeg wakker en lieten we de dinghy weer te water. Bij het starten van de buitenboord motor bleek er geen beweging in het trekkoord te krijgen. Hmm. Niet zo handig, want wilden boodschappen gaan doen. Dan eerst maar wat klussen. Jakob stortte zich op het dak luikje van de wc wat vernieuwd moest worden en ik ging met een emmer sop aan de gang.

De oplossing voor ons vervoer werd roeien naar de steiger van Colin en dan met de ferry naar Churchpoint varen, waar we een Yamaha dealer wisten te vinden. Die beloofde om maandag wat te gaan doen. Mooi!

Vervolgens stapten we in de bus naar Mona Vale, waar we voor een dag of 5 boodschappen kochten.

Daarna terug met de bus en de ferry en tenslotte weer roeien naar Jonas. Zo blijven we lekker in beweging!

Onze plannen voor de komende week staan even op ijs, want zonder werkende buitenboord motor kom je niet ver.  We kijken dus maar eerst hoe het loopt.

We waren uitgenodigd om bij Mezzaluna aan boord te komen eten. Maar In plaats naar Mezzaluna te gaan, kwamen Katie en Jeff nu hier naar toe. We hadden heel wat bij te praten, dus dat werd heel gezellig. Gelukkig vielen we tijdens het eten niet in slaap vallen.

Zondag gaan we een dagje Sydney doen. Dan is het OV heel goedkoop. Voor 2 euro kan je van alle vervoersmogelijkheden gebruik maken (we blijven Hollanders…).

Afscheid van Tasmanië.

Zondag 19 januari 2020

Twee weken gaan heel erg snel als je het naar je zin hebt. En dat hadden we, hier in Tasmanië. Eigenlijk liep alles van een leien dakje. We konden onze plannen bijna allemaal uitvoeren en raakten best gewend aan het koudere weer. Gelukkig hadden we warme kleren meegenomen.

Donderdagmorgen waren we nog in Stanley, maar voordat we vertrokken wilden we toch die dikke bult op, wat waarschijnlijk een kraterpijp is geweest, heel veel duizenden jaren geleden.

De zon scheen en er stond nog best wat wind. Er was een stoeltjes lift naar boven en waarom zou je het moeilijk doen als het ook makkelijk kan! Bovenop The Nut was een wandeling van een uur uitgezet, zodat je 360 graden om je heen kon kijken. Wat een prachtige uitzichten hadden we. En wat kon je goed zien dat Stanley op een klein schiereilandje ligt.

Na nog een kopje koffie beneden in het cafe, gingen we op weg naar de volgende bestemming. Dat was Waratah, een oud tinmijn dorpje aan een waterval. Het bleek op 600 meter te liggen, dus het was een stuk kouder daar dan op zeeniveau, waar we vandaan kwamen. Ook de wind kon daar lekker zijn gang gaan omdat we redelijk hoog zaten. We vonden een plekje op de lokale camping en gingen maar snel naar de pub om een beetje warm te zitten.

  Het bleek dat je daar ook kon eten, dus we bespraken al snel een tafeltje voor 6 uur. Voor die tijd deden we een rondje door het dorp. Erg simpel allemaal, maar toch heel leuk om te zien.

 

Er was een museum, dat een mevrouw zo’n 60 jaar geleden had opgezet in haar eigen huis. Heel bijzonder. Er zat niet echt structuur in de uitstalling, maar wat geeft het. Jakob vond een klein kistorgeltje en kon het niet laten er even aan te zitten.

Het eten in de pub was oke! Veel en niet duur en om 8 uur lagen wij al onder de dekbedden in een frisse auto. De nacht duurde best lang, ook omdat de auto niet echt vlak stond en dan rol je steeds een verkeerde kant uit. ’s Morgens besloten we hier niet te blijven, maar een andere camping op te zoeken nadat we naar de Cradle Mountains geweest waren. Maar eerst reden we naar het National Park.

Daar waren ze net met een nieuw systeem begonnen. Er was een enorme parkeerplaats en vandaar kon je met busjes naar de plek waar je een wandeling wilde maken. Wij hadden uitgezocht om een rondje om Lake Dove te wandelen. Dat was vanaf de parkeerplaats nog 20 minuten met het busje. We waren niet de enigen, maar na een paar dagen slecht weer was het nu heel blauw, zonnig en niet zo koud meer. Dus dit was een mooie gelegenheid voor een wandeling.

 

   

Bij het begin van het pad aangekomen waren we echt even stil. Wat een schoonheid van de natuur. De wandeling was gemiddeld van zwaarte en er zaten een paar pittige klimstukken in, maar dat ging best goed. En na een kleine 3 uur waren we rond. Wat was het genieten. Met een beetje zere voeten stapten we weer in de bus, die ons naar de auto bracht.

En toen moesten we op zoek naar een betere camping. De App had aangegeven dat er op 40 km afstand een plek was, die Gowrie Park Wilderness Village heette.

  Daar aangekomen bleek dat het daar helemaal prima was. Mooie vlakke plekken, prachtige douches, een hele aardig beheerster, goeie keuken en een wasmachine en droger.

 

 

 

 

 

En ze verkochten lekker lokaal bier. Naast het park was een restaurant. Omdat we geen winkel waren tegengekomen, was het toch wel makkelijk om daar te gaan eten. En dat allemaal midden in het berggebied.

De steak die we aten was de beste sinds jaren en werd geserveerd met verse groenten en aardappelen. Heel gezond dus ook nog. Het koelde wel weer snel af buiten en na geslapen te hebben, bleek het ’s morgens 6 graden te zijn. Echt een zomers temperatuurtje….

Na het ontbijt kon ik de was van de afgelopen weken doen, zodat die schoon mee kon naar de boot. Heel handig.

Op weg naar Devenport, vanwaar de ferry naar Melbourne vertrekt, stopten we in Deloraine, een verrassend stadje aan de rand van de Cradle Mountains. Er was een Folk Museum, wat er interessant uit zag en dat was het ook.

Behalve een mooi opgezette collectie oude voorwerpen, was er ook een tentoonstelling van 4 grote quilts, als je ze zo kan noemen. Het waren voorstellingen van het dorp, uitgevoerd als wandkleden, die borduurwerk, naaiwerk en patchwork hadden van allerlei materialen. Er was door een groep mensen 3 jaar aan gewerkt en het was geweldig. Wat een saamhorigheid moet dat geweest zijn. Het hele museum straalde een hechte gemeenschap uit.

Het was ook leerzaam, vanwege de verhalen over convicts, maar ook stropers, die op Wombats joegen, omdat je van de huiden prachtige jassen kon maken.

 

Tja en toen moesten we toch echt naar Devonport om de auto in te gaan leveren. Het is toch een beetje of je je huis weggeeft, maar aan alle dingen komt een einde. De ferry gaat morgen om half 9, dus we hadden een B&B geregeld voor de nacht. Wat een grappige plek was dat. En vlak bij de kade waar de ferry komt.

 

Na de overtocht die 10 uur duurt, slapen we nog een nachtje in Melbourne en vliegen dan terug naar Sydney. Daar staat een shuttle klaar die ons naar onze Jonas brengt. Een beetje gecompliceerde reis, maar het leek ons leuk op deze manier. Dan hebben we toch Sydney-Hobart over zee gedaan!

Woensdag vliegen we naar Nederland voor een kleine 3 weken. Dat zou je een visa run kunnen noemen, want we mogen maar 3 maanden achter elkaar hier in Australië blijven met ons visum.

Het wordt dus weer even stil op het blog, want onze avonturen in Nederland zijn vast niet zo spectaculair en die houden we liever voor ons zelf. Half februari zijn we weer terug in Pittwater en vervolgen dan onze reis.

Verwaaid in Stanley, noordwest Tasmanië

Donderdag 16 januari 2020              f

Niet te geloven he? Verwaaid in Tasmanie! Het weer hier is net zo wisselvallig als in Nederland, maar gelukkig wel een stukje warmer. Als wij het koud hebben is het hier 17 graden….

Nadat we dinsdag de auto weer hadden ingepakt gingen we op weg via Launceton naar Stanley aan de noordkust. Maar onderweg hadden we nog wat dingen op ons lijstje staan. We reden eerst naar het wijngebied langs de rivier de Tamar. De meeste wijn Estates gingen open om 10 uur, dus we maakten geen haast. Rond half elf kwamen we bij ons eerste doel. Het blijft toch een geweldig gezicht, die mooie frisgroene wijngaarden.

   

We stopten bij Tasman Ridge. Er was natuurlijk nog niemand, maar dat maakte niet uit. We maakten een praatje met een heel leuk meisje en deden onze eerste wijnproeverij (om half 11 ’s morgens!). Ik nam hele kleine slokjes, want ik moest nog rijden. We proefden er 3 en kochten een fles Pinot Noir, die we erg lekker vonden.

  

Een stukje verderop stopten we bij de tweede wijngaard van onze keuze, Moores Hill. Daar begonnen we maar eerst met koffie drinken en genieten van het prachtige uitzicht. We proefden een hele lekkere Sparkling Riesling. Wel feestelijk hoor, zo vroeg op de dag. Daarna nog een Pinot Gris en een Merlot-Cabernet. Uiteindelijk gingen we met de bubbels terug naar de auto.

Het was intussen half 12 en we vervolgden onze weg naar Stanley. Het weer was goed en de wegen prachtig. Wat is de natuur toch mooi hier. Bij een uitzichtpunt onderweg, waar meestal picknick tafels staan, stopten we voor lunch. Er stond al best meer wind dan ’s morgens.

Rond 3 uur kwamen we in Stanley. Dat is zo’n bijzondere plek. Het ligt op een schiereiland in het noorden van Tasmanië en wordt gedomineerd door een hele grote rots, The Nut, wat een overblijfsel is van een vulkaan.

 

We vonden de camping al snel en er was nog een piepklein plekje voor ons. We stonden naast twee kleine tentjes van motor rijders. Ongelofelijk wat die allemaal in die zijtassen kunnen vervoeren.

 

Het werd tijd om de benen te strekken, dus we verkenden het dorpje en de omgeving er omheen. Er waren prachtige koloniale huizen en mooie vissersbootjes met kreeftenkorven.

Jakob had een poster gezien, waarop een concert in het kader van “Festivals for Small Halls” werd aangekondigd voor die avond. Daar hadden we wel zin in. En het was geweldig.

In de Town Hall kwamen de lokale mensen met een paar toeristen bij elkaar voor het 2-wekelijkse evenement. Zo lekker dorps.

Maar de artiesten waren heel erg goed, hadden prijzen gewonnen en toerden door Australië.

De Schotse groep was het beste; we kregen er geen genoeg van. En gelukkig hadden ze na hun programma nog 2 toegiften.

Terug naar de camping stond er al veel wind en dat nam tijdens de nacht nog eens flink toe. De luifel aan de auto klapperde van jewelste. En ’s morgens stond er echt een dikke 7Bft, als het niet meer was. We rolden de luifel in en namen onze intrek in de kampkeuken. Daar was het warm en gezellig.

Jakob vond een legpuzzel en ik las mijn boek en maakte een verhaaltje voor een tijdschrift op mijn laptop. In het begin van de middag begon het ook nog te regenen. Echt verwaaid dus. Dat kan ook met een camper…. Jammer, want er was nog van alles te zien hier. Rond 3 uur knapte het weer op en we stapten in de auto om een rondje te rijden langs Highfield, een Historical Site.

De uitzichten hier zijn geweldig en je voelt je echt aan het randje van de wereld (nou ja, Tasmanië). Het Historische huis was heel erg de moeite waard. Er viel veel te lezen over de tijd vanaf de Aboriginals en later over de Settlers en het opzetten van landbouw en veeteelt hier.

 

  

Tenslotte maakten we nog een toeristisch plaatje, waarvoor ze speciaal een opzet hadden gemaakt om je eigen schilderij te fotograferen. Grappig!

Toen we eergisteren aankwamen op de camping, had de mevrouw van de receptie gezegd dat je elke avond naar een plek kon gaan om de pinguïns aan land te zien komen. Er zou een platform zijn en iemand die er wat over vertelde. GRATIS!!

Dus nadat we gegeten hadden in het Stanley Hotel was het 9 uur en liepen we naar de Pinguïn plek. Het was er een drukte van belang. Een speciaal platform met info borden over de blauwe pinguïn bracht je naar de plek waar ze aan land kwamen. En rond 10 uur, toen het echt donker was, kwamen ze aarzelend aan land en waggelden naar hun nesten. Zo leuk om dat nog een keer te zien.

Vanmorgen was het weer opgeknapt. Nog wel fris, maar minder wind en een beetje zon. We kunnen nu dus de Nut op, voordat we verder trekken naar onze laatste camping in de buurt van de Cradle Mountains.