Woensdag , 22 april 2026, Stavoren
De wekker staat op 7 uur. Een kwartier voor die tijd zijn we alletwee wakker. Zo gaat dat, je slaapt erop. Zwijgend kleden we ons aan, koken water voor in de thermosfles en bereiden de boot voor om te kunnen vertrekken. De kuiptent gaat eraf, de kachelpijp wordt opgeborgen en de huiken gaan van de zeilen af. Een half uur later zijn we klaar voor vertrek. De lucht is blauw en de zon straalt ons al vriendelijk tegemoet. De wind is nog niet wakker, waardoor we makkelijk kunnen losmaken en wegvaren van de steiger.
Rustig varen we het Schuitengat uit en genieten van het uitzicht over het wad nu het laagwater is. In de verte zien we een zeilboot met z’n zeilen omhoog. Verderop is dus wel wind. Bij de scheidingston van de Blauwe Slenk stuurt Jakob de boot in de wind en ga ik naar voren om het zeil te hijsen. Er staat al een flinke stroming en dan lijkt het of de tonnen magneten zijn. Voor je het weet ben je te dichtbij. Jakob rolt het voorzeil uit en stopt de motor. Wat een rust en wat is het mooi.

Zodra we een bocht maken naar het oosten, varen we recht tegen de wind in en moet het voorzeil weg. We hebben intussen ruim twee knopen stroom mee. Dit is een koude koers en we trekken de mutsen nog wat verder over de oren. Na de volgende bocht komen we bij de Pollendam en kunnen weer zeilen. De stroom staat nu drie knopen mee.
Als we bij Harlingen zijn, verwachten we dat we in de Boontjes de stroming tegen krijgen, maar dat is niet zo. De wind is bijna weg. We laten ons meedrijven op het kleine zuchtje wind met een snelheid van anderhalve knoop. Vredig en relaxed. Even bijkomen van het geweld de afgelopen uren.
Maar na een poosje krijgen we wel tegenstroom en gaat de motor bij, anders komen we er niet. Bij de sluis moeten we een kwartiertje wachten en Jakob houdt zijn Jonas mooi op haar plek in de wachtkom. We liggen met drie totaal verschillende boten in de sluis. Een gloednieuwe platbodem linksvoor, onze klassieke tweemaster rechts erachter en daarachter aan bakboord een monsterlijke blauwe futuristische motorboot, waar een oude man met afstandsbediening de boot aan de kant houdt.
Alweer heb ik geen foto gemaakt, terwijl het zo bijzonder was.
Vanuit de sluis zetten we koers naar Stavoren. De wind is pal achter, dus we maken een gijp vlak voor een windmolen van een park dat behoorlijk in de weg ligt.
Tien uur na ons vertrek maken we vast in de vissershaven van Stavoren. Een leuk stadje en nu nog niet druk.
We gaan op zoek naar een plek om mosselen te eten, maar die vinden we niet. Veel restaurants zijn nog gesloten. Op de kop van de kade, waar de platbodems liggen, is wel een restaurant open. Tot onze verbazing is het eten uitzonderlijk goed en is het geen ‘tourist trap’, zoals we hadden verwacht.
Ons Waddenavontuur zit er op. Morgen varen we naar Enkhuizen en maken daar de boot klaar voor een maandje rust.
Alaska en Canada wachten op ons. Hoe dat gaat lopen is over een dag of tien weer hier te lezen.

Ik had me bij deze Bijenmarkt iets heel anders bij voorgesteld, maar we laten ons verassen.
Achter een hek zien we ineens een groot dik varken, niet in de modder, maar op droge klei. Hij zakt bijna door zijn pootjes. Nog nooit zo’n soort varken gezien.
Hun staartje staat recht omhoog. Via internet zien we dat het een winterkoninkje is. Wat een leuk beestje.
We kopen een potje honing en wandelen naar het dorp om koffie te drinken.

beetje net als bij ons in het Witte Kerkje.
kerkgangers. Toch altijd weer bijzonder hoe makkelijk dat gaat. Tijdens de dienst voel ik me weer op wereldreis. Zo’n mooi kerkje op een eiland en na afloop weer terug naar de boot. Eigenlijk hoef je niet zo ver te reizen voor mooie ervaringen.


We hebben een klein uurtje rust en dan begint ons volgende avontuur. We gaan op excursie met Werner. Hij is de Oesterman van het eiland en heeft een oesterbank in het Oosterom (in de Waddenzee).
vandaag. We lopen naar de boot, een aluminium vlet met banken en een stuurhuis en twee enorme motoren. Als we lieslaarzen of een waadbroek aanhebben, vertrekt de boot richting oesterbank. Werner vertelt vanalles over het wad. Hij vind het belangrijk dat mensen weten wat hier leeft, zodat het bewustzijn van de waarde van de natuur niet verloren gaat.

Intussen komt langzaam de vloed op en de boot ligt steeds verder van de kant. ‘Geen probleem hoor’, zegt Werner, ‘hou elkaar maar een beetje vast, dan komt het goed’. Het nut van de lieslaarzen wordt nu duidelijk. Het water is meer dan kniediep en voorzichtig waden we naar de boot. De opstap is voor mij een beetje te hoog geworden, maar met wat hulp kom ik toch aan boord.
Op Op volle snelheid racen we terug naar de wal. We mogen achter het stuurhuis zitten om een beetje droog te blijven. Tegen 20.00 uur zijn we terug in de haven. We lopen nog even mee met Werner naar zijn Oesterfabriek en maken een praatje.
Het blijkt dat hij nog steeds geen alcohol vergunning heeft, waardoor de klandizie van het restaurant matig is. Hoe kan je nu vis eten zonder een wijntje erbij? Sneu en akelig van zo’n gemeente bestuur.

Om 9.02 (toch iets te laat) brengen we de fietsen terug en maken een praatje met de verhuurder. Omdat we op weg zijn naar het dorp, lopen we maar gelijk door naar de supermarkt. Het is nog heerlijk stil overal. Bij de bakker kopen we een halfje suikerbrood. Uiteindelijk zijn we in Friesland!
kant en genieten van de mooie dorpjes.
We lopen de ene kilometer na de andere tot we eindelijk na bijna 10 kilometer een bankje vinden met een prachtig weids uitzicht



!
We vervolgen onze fietstocht richting Kaap Hoorn, een restaurant dat in de duinen blijkt te liggen en niet aan het strand. Ook goed. Het schijnt nieuw te zijn en ziet er leuk uit. De lunch is perfect en heel betaalbaar. We kunnen er weer tegen.
