Woensdag 13 mei 2026,
Dag 1, Paradise Valley Campground, noord van Squamish
Wat een dag is dit geworden. Om niet te vergeten!
We staan om half 6 op om er voor te zorgen dat we op tijd van boord kunnen. Om 7 uur staan
we in de rij en hebben een stuk of 20 mensen voor ons. Dat is te doen. Om half acht worden we vrijgelaten en lopen snel het douane gebouw in. Daar gaat alles supersnel en voor we het weten staan we buiten. Het is een minuut of tien lopen naar de plek waar we worden opgehaald om naar de camper te gaan. 
Rond half 9 staat het busje van Fraserway voor de deur en brengt ons naar hun hoofdkwartier, dat ergens in Zuid-Vancouver staat.
Het inchecken duurt een poosje, maar dan komt er een jongeman ons uitleggen hoe het werkt met een camper. Hij doet twee campers in één keer en begint met die van een ander stel. Dat ding is gloednieuw met allemaal handige snufjes. Dan lopen we naar die van ons. Die is duidelijk gedateerd en heeft niet al die snufjes. Er is ook al wat schade aan. Dat vinden we niet erg, want een krasje meer of minder valt dan niet zo op.
We brengen onze spullen aan boord en gaan vertrekken. Onze navigatie doet het niet via de IPhone naar het scherm in de auto. We hebben niet het goeie snoertje. We gaan dus eerst boodschappen doen bij de Walmart waar ze vast zo’n snoertje verkopen. Daar hebben pech, er is geen snoertje. De boodschappen lukken aardig maar zijn toch duurder dan verwacht. Jakob tikt de route naar de eerste camping in zijn telefoon en praat me door de route. Maar wat een schrik. Die route blijkt dwars door Downtown Vancouver te lopen.
Met zweet in mijn handen rijd ik alsof ik dat wel kan, maar ik heb geen idee of ik wel midden op mijn baan rijd. Natuurlijk is het heel druk en passeren we wel vijftig stoplichten. Het begint te spetteren en ik heb geen idee waar de bediening van de ruitenwisser zit. Gelukkig zet de regen niet door. Als we de stad uit zijn rijden we over een prachtige weg langs de kust, maar tijd om te kijken is er niet.
Er komt een afslag naar een dorpje. Daar willen we even bijkomen van de eerste uren. Ik ga van de highway af en moet gelijk stijl omhoog. Nee hè! En dan blijkt die straat dood te lopen en
moet ik keren. Jakob gaat naar buiten en geeft aanwijzingen. Het lukt. We besluiten om maar niet meer te stoppen tot we bij de camping zijn. Als we er vlakbij zijn, staan we ineens voor een smal bruggetje. Kunnen we daar wel over? Ik sta een poosje stil, maar dan wenkt een andere auto dat het wel kan. En inderdaad, ik hoor niks krassen.
Als we aankomen bij de camping ziet het er stil uit. Een bordje geeft aan dat de beheerder pas om 16.15 terugkomt van lunch…. Een vaste bewoner geeft aan dat we moeten bellen en inderdaad dan komt er iemand. We krijgen een plek waar de camper achteruit in moet. Ik doe net of ik dat kan, maar zonder de aanwijzingen van Jakob was dat nooit gelukt! Hèhè! We zijn er!
Het is half vijf en eindelijk is er tijd om wat te eten. Ik maak een paar boterhammen klaar, waar we wat bij drinken. Als het kwart over zeven is moet ik eigenlijk gaan koken. Maar we zijn allebei best moe van de lange dag en de emoties, dus we gaan lekker ons bed in de camper uitproberen.
Dag 2, Klahanie Campground, zuid van Squamish
Om een uur of zeven worden we wakker. Wat hebben wij lang geslapen! dat was vast nodig. Gister bij het inchecken bleek dat de beheerder geen muntjes voor de douche had, dus proberen we douche in de camper uit. Dat gaat best goed, maar al dat water komt in de grijswatertank terecht. We hebben geen idee hoe groot die is. 
Bij de uitleg van de camper hebben we gezien dat je een dikke slang aan een afvoer moet koppelen en dan na elkaar de vuilwater en de grijswater tank kan laten leeglopen in een rond gat in de grond waar de andere kant van de slang in past. Heel vernuftig. Na het ontbijt gaan we dat uitproberen en het werkt heel goed. Ook een lekker gevoel dat die twee tanks weer leeg zijn.
Ons plan voor vandaag moet worden bijgesteld, want het blijkt dat de camping die we hadden uitgezocht in de buurt van Whistler nog niet open is. na heel veel gezoek in gidsjes en op internet, besluiten we om een stukje terug te rijden, zodat we nu op ons gemak kunnen gaan kijken naar dat mooie stuk bij Squamisch met bergen en water, waar we gister gespannen langs gereden waren.
Jakob gaat vandaag achter het stuur en dat gaat heel goed (…natuurlijk…). De mooie camping aan het water blijkt ook vol te zijn. De beheerder vertelt dat hier nooit plek is. Hmm, dat schiet niet erg op. We krijgen advies om weer een stuk naar het noorden te rijden en bij Khalanie Campground wel een plekje te gaan vinden. Maar eerst koffie met een mooi uitzicht.
Als we bij Klahanie Campground aankomen blijkt er een computerscherm te zijn waar je je gegevens in moet vullen en dan komt er vanzelf een nummer van een beschikbare plek tevoorschijn. Uiteindelijk vullen we tien keer het scherm in, bellen vijf keer met de beheerder en dan lukt het. De beheerder rommelt wat op zijn telefoon en zegt dat we hem maar moeten volgen. De eerste plek die hij laat zien vind ik niks.
Dan komen we bij een prachtige plek met zicht op het water en de bergen. Die doen we. Jakob manoeuvreert de camper achteruit op z’n plek en we staan. Niet helemaal waterpas, maar wat geeft het. Jakob probeert nog om op zo’n gele keg de achterkant iets omhoog te krijgen, maar dat mislukt.
Het is tijd voor de lunch. Intussen hebben we een kabeltje kunnen kopen, waarmee de IPhone en het scherm in de auto met elkaar zouden moeten gaan praten, maar het doet niks. Dan maar gewoon, net als vroeger. De bijrijder vertelt de chauffeur wat hij moet doen en dat werkt goed.
Eindelijk kunnen we de omgeving gaan bekijken. Eerst maar naar de waterval. We hebben er al veel gezien, maar het blijft leuk. Heerlijk om weer een lekker stuk te lopen.
Vandaaruit wandelen we door een mooi bos met veel griezelige bomen, waarvan wij intussen meer begrijpen, komen we bij een hele lange kabelbaan, die ons boven op een berg kan brengen.
We stappen in en genieten van het uitzicht. Als we boven komen blijkt er ook nog een Suspension Bridge te zijn. Geweldig! en wat een mooie vergezichten. Onze dag kan niet meer stuk. Tevreden dalen we weer af, eten een ijsje en lopen door het bos terug naar de camping.
Vanavond ga ik wél
koken. Op twee pitjes, zoals op de boot. Dat moet wel lukken. De camping voor morgen hebben we kunnen bespreken, dat geeft een goed gevoel. Het is bijna 200 kilometer, dus een lekker stukje. We gaan morgenochtend eerst Whistler nog bekijken. Daar is ruim tijd voor. En vanavond weer op een gewone tijd naar bed!
