De laatste Hanzestad – Harderwijk

Dinsdag 1 september 2026, Eemnes

Maandag

Na ons alternatieve ontbijt bereiden we ons voor op een pittige tocht. De weersverwachting isniet best. Flinke buien en veel wind. In principe is dat niet zo erg, want als er veel golfslag is vanwege de tegenwind, zetten we de gashendel wat verder open en snijden op die manier prima door de golven.

Het eerste stuk vanaf Genemuiden tot aan het Ketelmeer gaat dat prima. Er varen nog wat bootjes om ons heen en we houden elkaar een beetje in de gaten. Bij de Ramspolbrug kijken we weer met verwondering naar die grote bouwwerken in het water. Het doet me denken aan de waterkering in de Thames. Als we goed kijken zien we hier ook iets van rubber uit die groteronde dingen komen. Waar-schijnlijk kunnen ze die opblazen en op die manier het water tegenhouden. Ik zoek het op op internet en inderdaad is het een stormvloedkering.

Dan draaien we de Randmeren op en tussen de buien door genieten we toch nog van een zonnetje. Maar de lucht blijft dreigend. Als we bijna bij de Reevesluis zijn, pakken donkere wolken zich samen. We hopen nog dat het goed afloopt maar dat is dus niet zo.

Op het moment dat we de Reevesluis invaren, en Jakob buiten klaar staat om de lijnen aan de sluiswand vast te maken, stort het water naar beneden. Ongelofelijk wat veel water. De bemanning op de boot voor ons heeft zeilkleding aan, maar wij, de motorbootjes mensen, hebben alleen maar een zomerjack bij ons. Arme Jakob.

Als het water in de sluis gaat zakken, moet ik ook buiten staan om de achterlijn te vieren. Maar ik heb geluk en kan onder het afdak van de kuip schuilen. Zodra we de sluis uit kunnen varen, is het ook weer droog. Hoe oneerlijk is dat. Jakob komt weer binnen en trekt heel veel droge kleren aan. We nemen ons wel voor om in ieder geval één regenpak aan boord te leggen voor dit soort situaties.

De rest van de middag blijft het waaien. We hebben de wind op de kop en dat gaat prima. Af en toe valt er nog een bui, maar we komen droog in Harderwijk aan. Het waait nog flink en met een beetje moeite lukt het om in de Strandhaven aan de wal te komen. Er zit een rood-wit lint langs de kade. Ik bel de havenmeester of we mogen blijven liggen. Hij vindt dat prima.

Maar op de achtergrond hoor ik zijn collega mopperen. Nee, het mag niet. We moeten door de brug de stadshaven in. Ook goed, maar met die wind, is ‘hannah’ toch wel een erg licht bootje, dat zomaar weggeblazen kan worden bij een windvlaag. Maar goed, we hebben ervaring met wind en water, dus zodra de brug opengaat, schuiven wij naar binnen en vinden een mooi plekje aan de stadskant

We hebben niet veel zin meer om wat te gaan doen. Het was best een pittige dag. We drinken wat en blijven lekker aan boord. Het plan is om de volgende ochtend een rondje door de stad te gaan lopen.      

Dinsdag

Ik ben vroeg wakker. Ik heb last van mn hand. Die deed gister al een beetje zeer, maar het is niet overgegaan. Ik smeer er een van m’n zalfjes op, neem een paracetamol en maak een kopje thee. Als Jakob uit bed komt en mijn hand ziet, zegt hij dat die vast ontstoken is. En toen kreeg ik het benauw. Nee toch, mijn handen heb ik altijd de hele dag nodig. Maar al pratende zie ik dat het steeds dikker wordt. Ik zoek op internet de dichtstbijzijnde huisarts op. Die blijkt te zitten in dezelfde keet als Boskalis, op het bouwterrein. Bijzonder!

De assistente kijkt naar mijn hand en vindt het de moeite waard om een afspraak met de dokter te maken. Een uur later mag ik langs komen. Als ik na een kwartier aan de beurt ben. Komt de vriendelijk man me ophalen. Het valt me op dat er nergens licht brand. Zo gek! Dan blijkt dat de stroom op het bouwterrein is uitgevallen. Met een zaklantaarntje kijkt hij naar mijn hand en kan er niks zinnigs over zeggen. Hij vindt het niet dramatisch en zegt dat ik er maar koelzalf op moet smeren. Ik ben gerustgesteld, dat het niet iets vreselijks is en ga terug naar de boot.  We gaan gewoon ons rondje door de stad lopen.

 
We starten bij de Vischpoort en gaan buitenom via de kloostertuin van de Graue Susteren, richting het Museum van Marius van Dokkum. Helaas is het gesloten en gaat 6 oktober pas weer open.

Dan gaan we maar koffie drinken op de Markt. De zon schijnt lekker, dus we gaan op een terrasje zitten. Lekker mensen kijken. Altijd leuk! De koffie en het taartje smaken ons goed. Ik vergeet helemaal dat ik een zere hand heb.

We lopen via het Historisch Centrum, waar mooie oude botters liggen, naar de boot. Het is tijd om te vertrekken.

Na een telefoontje met de havenmeester, gaat de Vischpoortbrug weer voor ons open en varen we het Veluwemeer op. Het is ongeveer vier uren varen naar Eemnes. We hebben nog maar één obstakel en dat is de Nijkerkersluis. Onze ervaring is, dat het daar altijd soepel gaat. Zo ook deze keer.

Tegen vier uur zijn we via de Eem weer bij Jachthaven Kroeze aangekomen. Voordat we gaan opruimen, gaan we eerst nog een uurtje in de zon zitten op ons eigen achterterras.

 
We kijken nog even terug naar onze ervaringen van de afgelopen tien dagen. We zijn het er helemaal over eens. Het was een heerlijke vakantie, waarin we vijf Hanzesteden hebben bezocht en een groot feest! Een prima begin van nog vele mooie reizen door ons eigen land.

Dit bericht werd geplaatst in Nederland op door .

Over Hanny Vlaskamp

Sinds juni 2015 zeilen Jakob en ik de wereld rond. Wat een heerlijk leven is dat. In mijn werkende leven reisde ik ook veel als CQA-consultant. Mede daardoor is mijn nieuwsgierigheid naar landen en culturen gewekt. Het is zo heerlijk om blije, tevreden mensen te ontmoeten, die geen zorgen hebben over hun bezittingen, want ze hebben niks. Gelukkig begrijpen mijn kinderen en kleinkinderen hoe bijzonder het is voor ons om deze reis te maken. We vliegen twee maal per jaar naar Nederland om vrienden en familie te knuffelen, zodat ze ons niet vergeten.