Maandag 31 augustus 2026, Harderwijk
Zaterdag
We wachten die ochtend tot het droog is om daarna de boot. te verplaatsen. Jakob belt met de brugwachter van de Boschkampbrug, die tevens de Haveltersluis en -brug bedient. We mogen direct vertrekken, het licht gaat al op rood-groen, wat betekent dat je op mag varen. Er is maar een smal stukje water tussen de zijkanten onder de brug, maar het gaat goed.
De sluis staat al
open en we kunnen er direct in. Zowel de brug als de sluis worden weer met de hand bediend. Tijdens het leeglopen van de sluis maken we eengezellig praatje.
De brugwachter raadt ons aan om achter de Havelter-brug te gaan liggen, daar is het rustiger. Dus dat doen we. Onze fietsjes staan stevig achterop gebonden. Die hebben we straks nog één keer nodig.
Het brood is op, dus we wandelen naar AH, een minuut of 20 lopen. Het blijft gelukkig droog. Wat een prachtig dorp is Havelte. Er staan zulke mooie boerderijen, sommigen zijn omgebouwd voor een andere bestemming.
Terug bij de boot staat Peter er met de auto. Hij komt de walpinnen (om langs graskanten zonder paaltjes te kunnen afmeren) brengen en even onze nieuwe boot bewonderen. Hij blijft niet lang, want zijn feest begint bijna.
Om 04.00 uur ’s middags fietsen we naar de Konijnenbergen, waar Peter en Marjan wonen. Hun tuin staat vol tenten, want helaas is het even geen zomer meer. We parkeren onze fietsjes naast het huis
en nemen er afscheid van. Peter kan er lekker aan gaan knutselen en er daarna relaxed op gaan fietsen.
Het is een leuk feest met wel vijftig gasten. Een aantal kennen we en daar kletsen we gezellig mee. Rond zes uur staat er een buffet klaar. Heerlijk! Een beetje veel misschien, maar dan hebben ze voorlopig nog wat te eten.
Jakob spreekt zijn vrienden toe en haalt herinneringen op, waarbij ze allemaal een traantje wegpinken. Waar blijft de tijd! 
Vlak voor het donker wordt wandelen we terug naar de boot. Tevreden en voldaan drinken we koffie, kijken nog een filmpje en gaan lekker slapen.
Zondag
Het regent, oh wat regent het. Net nu we bruggen en sluizen moeten bedwingen. Jakob is de klos, want op deze boot doet hij het dekwerk. Maar we hebben geluk. Als de brugwachter om 9.15 de lichten op rood-groen zet, vindt hij het tijd dat we vertrekken. Dankzij hem houden
we het nog een hele poos droog. Alleen bij de tweede sluis, waar we weer twee meter omlaag gaan, moeten we samen buiten staan om de boot te laten zakken.
En dan begint het serieus te regenen. De ruiten-wissers maken overuren! We varen langs Zwartsluis en slaan bij Genemuiden linksaf om de haven in te gaan.
Midden in het stadje is een mooie lege steiger, waar we vast kunnen maken. Na een uurtje begint de zon zelfs te schijnen en lopen we een rondje door het dorp. Alles is dicht en er zijn nauwelijks mensen op straat. Er heerst volledige zondagsrust.
Als we langs de kerk lopen zien we dat er om 19.00 uur een dienst is. Deze kerk heeft een prachtig orgel, dat willen wel wel eens horen en zien.
We eten wat vroeger en lopen om kwart voor 7 richting kerk. We zijn niet de enigen. Ineens zie ik dames met hoedjes. En als we de kerk binnenkomen zit die stampvol, wel driehonderd man/vrouw/kind. Allemaal prachtig gekleed met fraaie hoedjes bij de dames.

We vallen echt uit de toon, maar wat geeft het. We krijgen een boekje met een deel van de bijbel, 100 psalmen en de Heidelbergse Catechismus. Dit wordt voor ons een bijzondere dienst. Het lijkt wel buitenland. De kerkenraad is in het zwart en bestaat uit een man of twaalf. Zij zijn de enigen, die mogen gaan staan tijdens de gebeden.
En dan wordt er gezongen. Het klinkt als een klok. Alles op hele noten en aan het begin van de regel even wachten tot het orgel de noot lang aan houdt en dan invallen. Dat is best moeilijk, dus soms ben ik te vroeg. Ook klinkt er een mooie bovenstem van een man. Prachtig.
Als we anderhalf uur later buiten staan, blijven we nog even naar het orgel luisteren. Wat een mooie klanken. Tevreden lopen we terug naar de boot, weer een nieuwe ervaring rijker.
Maandag
Het Olde Staduus, waar de havenmeester zitting houdt, gaat pas om 10.00 uur open.
Maar de bakker al om 08.30. Het lijkt ons een goed idee om na het douchen niet te ontbijten met onze traditionele yoghurt, maar met verse broodjes en een gekookt eitje.
Terwijl Jakob die kookt, loop ik naar de bakker. Daar staan een aantal mensen voor de deur, die verbaasd zijn dat de winkel nog niet open is. Ook de schappen zijn nog leeg. Tegen 09.00 uur komt er een busje met twee jongedames, die met een sleutel de deur open maken. De eigenaresse is heel blij, want het blijkt dat de code voor de deur werkte niet, dus moesten de klanten buiten blijven. Nu begrijp ik ook dat deze bakker niet zelf bakt, maar het brood met een busje laat aanvoeren.

Als ik aan de beurt ben, vraag ik om croissantjes, harde bolletjes en gewone bolletjes. Het meisje duikt in het busje en komt met twee plastic zakjes naar buiten. Ik betaal en loop terug naar de boot. De eieren zij net klaar, dus we kunnen direct aanschuiven.
Eerst pak ik de croissantjes. Maar als je je verheugt op een knapperig bruin baksel, is de terleurstelling extra groot als er slappe bleke dingen uit het zakje komen, die heel in de verte lijken op het franse voorbeeld. Nou ja, niks aan te doen. Die harde bolletjes zijn ook vast bestemd voor mensen met en slecht gebit, want echt hard zijn ze niet. Toch eten we ze met smaak op en het is oké, maar morgen gaan we weer lekker aan de yoghurt!
Om 10.15 uur vertrekken we uit Genemuiden. Hoe onze tocht naar Harderwijk verloopt vertel ik later. 🙂
